September 2025. José en ik hadden afgesproken om te gaan wandelen op landgoed Molecaten en foto's te maken voor de cover. Het regende dat het goot. We zagen af van ons voornemen. Eerst maar een warme cappuccino in de herberg bij dit prachtige landgoed, afwachten tot de ergste regen voorbij zou gaan.
De regen bleef maar aanhouden. Sterker nog: het werd alleen maar erger. Eind negentiende eeuw stond op de plek van de herberg een boerenkroegje. Boeren die hun graan naar de molen ernaast brachten, dronken er wat terwijl ze wachtten tot het gemalen was. Wachten, daar is deze plek al ruim een eeuw goed in.
Het wandelen lieten we deze keer voorbijgaan, voor een andere keer. Tussen de buien door maakte José snel een paar kiekjes, en profil. Zelf hield ik de paraplu in de hand. Telkens als de camera klikte, deed ik hem snel naar beneden. Uiteraard buiten het bereik van de camera.
Water staat voor vruchtbaarheid en creativiteit, in de chakraleer het domein van het tweede chakra. In Kenia is regen een gunstig voorteken. In het westen van dit land kennen de Luo hun schepper onder vele namen, elk een eigen gezicht van het goddelijke. Een ervan is Wuon koth: de gever van regen. Misschien werd de cover van dit boek dus precies onder de juiste omstandigheden geboren: niet op de dag die we hadden gepland, maar tussen de buien door.
Dezelfde avond nog stuurde José de foto's, samen met de eerste zwart-witconcepten. Gespiegelde beelden, hoog in contrast. Ze symboliseerden de dualiteit. Net als in- en uitademen, eb en vloed, dag en nacht. Yin en yang. Zon en regen, diezelfde dag.
Daarmee ging het naar Astrid Janse, die de cover zou vormgeven. Mijn wens gaf ik erbij: de cover moest persoonlijk worden, met een Afrikaanse vibe erin. Zonder de indruk te wekken dat dit een standaard reisboek over Kenia of Afrika is.
In november kwamen vier concepten binnen. Vier richtingen voor één verhaal.
De eerste sprong er gelijk bovenuit: het gespiegelde portret, de ene helft in het licht, de andere in het donker, met daaronder de savanne. De savanne als onderrand was Astrids vondst: precies de goede sfeer die ik zocht.
Ik hoefde niet lang na te denken. Dezelfde avond reageerde ik. Met nog een klein beetje schaafwerk is dit de cover geworden.
De cover is niet in één keer bedacht, maar ontstond stap voor stap. Op een regendag. Geïnspireerd door gespiegelde foto's op een hunebed. Door de vormgever die er de Afrikaanse vibe aan meegaf, nadat het boek al geschreven was. Met daarin het ontstaan van het bomenproject Miti ya Matumaini, oftewel Bomen voor hoop: geplant voor generaties die wij zelf niet meer zullen zien. Zo zie ik telkens weer hoe het pad ontstaat als je bereid bent te gaan.
Tijdens dit pad leerde ik door de astrologie dat de noordelijke maansknoop de wegwijzer van je zielsmissie is. De mijne staat in Vissen, in het negende huis: overgave en vertrouwen, langs verre reizen en de zoektocht naar diepere zin. Een zielsmissie laat zich niet uittekenen. Ze ontvouwt zich, door de sterren meegegeven bij je geboorte.
Deze zomer diende de Reis van de Held(in) zich opnieuw aan, in de vorm van een programma voor wie zijn eigen zielsmissie wil gaan vormgeven, langs de twaalf stappen van de heldenreis. Twaalf manen lang, met een kleine kring reisgenoten. Elke stap begint bij nieuwe maan. Samen bouwen, in vrijheid, over generaties heen denken. Meer informatie over deze reis vind je hier.
Ook jouw zielsmissie ligt klaar om zich te ontvouwen. Welke eerste stap wacht er al op jou?
Daarover gaat mijn nieuwe blog: Geef jij vorm aan je zielsmissie?
🌳 Bomen voor hoop, in liefde,
Irene
Dit is het slot van een drieluik over de cover. Lees ook deel 1, Bewegen tussen twee werelden, en deel 2, Tijd is onbelangrijk, alleen 't leven.